§  Analyse: kritisch leren kijken naar media en snappen hoe deze werken.

§  Bewustwording: het effect van media ervaren en begrijpen.

§  Gedrag: inzicht krijgen in eigen mediagedrag.

§  Dialoog: praten over media, thuis en in de klas.

§  Creatie: zelf media kunnen inzetten, maken en delen.

 

Groep 3

*    De kinderen leren dat er verschillende manieren zijn om te communiceren; via brief, telefoon, email  en sociale media(informatievaardigheden)

*    De kinderen leren de communicatiemiddelen in de tijd te zetten (mediabewustzijn)

*    Kinderen kunnen zelfstandig werken met de software programma’s (praktische vaardigheden)

*    Kinderen zijn op de hoogte van en leven protocollen op gebied van internet en mobiele telefonie na(gedrag)

Groep 4

*    De kinderen worden zich bewust van verschillende media (boek en film) en leren deze te vergelijken en hun mening hierover te geven(mediabewustzijn)

*    Kinderen kunnen een email versturen. (praktische vaardigheden)

*    Kinderen beheersen basisvaardigheid ICT zoals een afbeelding of document kunnen opslaan op de server (praktische vaardigheden)

*    Beheersen het programma Word (praktische vaardigheden)

*    aangeven wat sociale media zijnen enkele voorbeelden noemen, zoals Hyves, Facebook, Twitter en YouTube. (Mediabewustzijn)